Portfolio

Op deze pagina vindt je foto’s van eerdere opdrachten, cursussen & workshops, experimenten en andere leuke projectjes.

Alle voorwerpen op de foto’s zijn natuurlijk, net als op de rest van de site, met steentijdgereedschap gemaakt, tenzij het een bestelling was, dan werk ik met stalen werktuigen.

Steen

Deze vuurstenen dissel met een zogenaamde ‘zwischenfutter’ van gewei was een opdracht van het Hoogheemraadschap Delfland.
Weer een bijl, nu van kwartsiet uit de Rijn. Eerst ruwweg in vorm geslagen met de afgebeelde werktuigen…
Dan heeeeel lang gepeckt met een taaie vuursteen als hamersteen. Toen kwam hij al netjes in vorm. Op deze foto staat hij samen met een bijl met geslepen snede die ik in opdracht van Museum Kasteel Wijchen maakte (rechts)…
8 uur pecken en slijpen met zand op een kwartsitische zandsteen later was de bijlkop klaar. Toen met een afslagbijltje nog een steel van esdoornhout hakken, een gat er in maken met een benen beitel en tadaaa… een bijl voor de rest van je leven. Nou ja, de steel heb ik inmiddels wel een keer moeten vervangen, maar de bijlkop is nog in perfecte staat.
En nog een bijl, nu met een zogenaamde ‘zwischenfutter’ van gewei. Deze is nagemaakt naar vondsten in Zwitserland. Het gewei is vierkant gemaakt zodat…
je er ook een dissel van kunt maken! Slimme lui die steentijders…
Hoe bandkeramische dissels werden geschacht is me nog steeds niet duidelijk. Binden met rauwe huid werkt natuurlijk, maar is zo onlogisch…. Dit was een poging met braam. Het ziet er prachtig uit, maar helaas was het niet erg geschikt.
Soms kom je in de literatuur hele leuke dingen tegen. Dit Ertebollemes was opgegraven in Duitsland, compleet met handvat en al. Op de foto zie je mijn replica. Ik vind ‘m vooral geschikt voor het snijden van leer. Let op de geretoucheerde onderkant. Zou dit misschien de steentijdvariant van onze afbreekbare hobbymesjes zijn?
Klingen kun je op een heleboel manieren in een handvat zetten. Dit zijn er zo een paar. Sommigen zijn replica’s, anderen zijn zelfbedacht, zoals het klemsysteem helemaal onderaan de foto. Als lijm kun je berkenpek gebruiken of hars vermengd met wat houtskool en vet.
En nog meer schachtingen. In dit geval van een schaaf (lange burijnafslag), een burijn voor het snijden in been of gewei en een krabber voor het afschrapen van haar van een droge huid.
Soms wordt het saai exacte replica’s te maken. Dan zijn dit soort dingen leuk. De twee messen in het midden zijn van obsidiaan, dat is vulcanisch glas. Het rechter mesje is gemaakt van de bodem van een bierflesje. Het linkermes is wel een replica, inclusief het handvat (V.S.). De riem door het midden van het handvat kan om de pols van de gebruiker zodat het mes steeds gemakkelijk te grijpen is. Vooral bij villen e.d. is dat handig.
Ook leuk, grote vuistbijlen van kristal in opdracht van een kunstenaar.
Dit is een lastig type dolk om te maken: het blad moet zo dun mogelijk zijn terwijl het handvat ruitvormig in doorsnede is met vier rechte hoeken. Hij is nog een beetje onregelmatig, maar al een heel eind in de richting van de teruggevonden exemplaren. De messchede is van kersenbast. Deze dolk maakte ik in opdracht van de Universiteit Leiden.
Ach ja, ook maar een plaatje van een gewone vuistbijl, zonder twijfel het bekendste stenen werktuig. Ik heb allerlei werk met vuistbijlen gedaan: villen & slachten, hout bewerken, graven etc. De vuistbijl kan het allemaal een beetje. Het is niet mijn favoriete gereedschap, maar ja, ik heb ook niet de bovenarmen van een Neanderthaler.
Soms maak je voor jezelf problemen tijdens het bewerken van vuursteen. Op deze stenen dolk had ik vanaf de bovenzijde een paar misslagen gemaakt waardoor er een lelijke bult van hinges ontstond. Met een goede slag van de andere zijde kon dat probleem verholpen worden. De lelijke scheur aan de linkerzijde was niet mijn schuld: die barst zat er al in.
Behalve voor het maken van werktuigen waren stenen ook belangrijk voor andere toepassingen, zoals in dit geval kralen van git en barnsteen. Dit zijn heel zachte gesteenten die je met vuurstenen werktuigen gemakkelijk kunt bewerken…
Deze barnstenen kraal is zo glad gepolijst dat hij doorzichtig is geworden. Het polijsten gebeurde op hout.
Een maalsteen van graniet met een zandstenen loper, gemaakt in opdracht van het Museon.
Het doorboren van een hamerbijl van diabaas. Weer zo’n tof voorbeeld van hoe gaaf steentijdtechniek is. Met een vlierhoutje en wat zand boor je in een paar uur een gat van 3,5e cm in een steen!
Doorzagen kan natuurlijk ook! Met een plaatje zandsteen en wat zand gaat ook het uitzagen van een halffabrikaat voor een bijl verrassend snel
Strikt genomen is klei natuurlijk geen steen, maar op deze pagina valt het het beste onder deze noemer. Dit is klei verzameld bij Archeon en na schoonmaken en malen wordt er nu magering van geklopte potscherven aan toegevoegd. Dit voorkomt barsten van het aardewerk tijdens drogen en bakken.
En het bakken van aardewerk in open vuur. Als je je klei kent en je weet wat je doet, dan is een 100% slagingspercentage niet ongewoon.


Been, gewei en tand

Dit is de bijlsteel van de bijl waarvan hierboven al meer foto’s staan. Het gat voor de bijlkop is met de benen beitel die deels op de foto staat gemaakt.
Zouden archeologen deze kleine boortjes herkennen tijdens een opgraving? Je hebt ze nodig voor het boren van de ogen in naalden van been en gewei. Je kunt de ogen ook uitsnijden, maar dan worden ze langwerpig en niet rond.
Een poging tot het maken van een harpoen en mes zoals de rendierjagers ze gebruikt zouden kunnen hebben. Gebruikte materialen zijn rendiergewei, berkenhout, huid, berkenpek en vuursteen. Vooral het ‘opschieten’ van de riem op de harpoen vind ik leuk. Hij zit onder zichzelf vastgeklemd en wikkelt in zijn geheel mooi af. Deze spullen werden besteld door Museum Drachten.
Dit kleine fluitje van gewei werd door het Hunebedcentrum besteld. Het is gemaakt naar een in Zweden opgegraven exemplaar. Het geluid is schel, maar dat kun je aanpassen met de houten plug.
Niet prehistorisch misschien, maar wel leuk om te maken: benen schaatsen (glissen) voor het Nieuw Land Erfgoedcentrum en het Rijksmuseum voor Oudheden.
Dit is een replica van een mesolitische dissel met een kling van everzwijnstand. Het is een geweldig stuk gereedschap voor het maken van bijvoorbeeld bogen, peddels en, zoals op de foto, houten kommen.
Tandenkettingen maken deel uit van het clichénbeeld van een prehistorisch tenue, maar ze werden daadwerkelijk gedragen. De gaten in de tanden heb ik geboord met deze kleine boor die met een boogje werd aangedreven. Het doorboren van een tand was een kwestie van seconden.
Weer een leuk experimentje. Geweibijlen zijn veel teruggevonden, vaak met totaal kapotgeslagen snede (en dat krijg je niet zomaar voor elkaar). Ze gingen er dus niet zachtzinnig mee om. Dan zou je verwachten dat de productietijd ook niet lang was, maar met alleen vuursteen werktuigen duurt het uuuren. Als je vuur gebruikt ben je heel wat sneller klaar. De nog ruwe snede op deze foto werd gemaakt door de bijl in klei te pakken en de rest weg te branden. Daarna is het alleen nog een kwestie van even slijpen op een ruwe zandsteen.
Superwerktuig, een dissel van been. Dat hoort natuurlijk oerrundbeen te zijn, maar dat is niet meer te krijgen. Gebruikt voor o.a. het uithakken van een boomstamkano.
Mijn replica van het mes van Bloksbjerg. Mesolitisch. De versieringen zijn authentiek, in dit geval ingekleurd met oker. Microlieten vormen de snede.
Het snijden van weerhaken in mesolitische harpoenen van gewei. Sommige zijn 30 cm lang!

Karper, gevangen met benen haak en lijn van lindenbast.

Vlechtwerk

Dit is een foto van het verzamelen van materiaal. Een heel belangrijke fase bij de productie van vlechtwerk. Hier wordt wilgenbast van de boom gehaald. De boom gaat dood, maar zou toch worden omgezaagd. De bast wordt daarna in het water gelegd om te rotten. Hierdoor wordt het verbindende weefsel afgebroken zodat de bast in kleine laagjes kan worden gesplitst. Die kunnen daarna gebruikt worden voor het maken van touw, manden, kleding, tassen etc.

Deze 24 cm lange benen dolk uit de midden steentijd heeft een messchede van lisdoddeblad en lindenbast. De zwarte lijnen zijn wilgenbast die gekookt is in houtas en water. Het motief is hetzelfde als op de dolk. De techniek voor het maken van de schede is afgekeken van de messchede van Ötzi, de kopertijdmummie die in de Alpen werd teruggevonden.
Niet teruggevonden, maar wel mooi en duurzaam zijn schedes en hoezen voor gereedschappen van kersenbast. Onze berken maken veel te dunne bast, dus kers is dan een beter alternatief. Op de foto zie je een hoes voor de zwijnstanddissel, een messchede en een hoes voor een geslepen vuurstenen beitel.

Wilgentenen die te dik zijn kun je natuurlijk ook gewoon splijten. Dit is één van de manden die ik leverde aan Musea Maaseik.

Een hele collectie manden en containers, gevlochten met essenstrips, wilgentenen, riet, spiraalbinding met grassen, lindenbast en braamspleut, gevouwen essenbast, een uitgebrandde houten bak en een met benen naald genaaide linnen zak. Helemaal op de voorgrond staat een klein spiraalgebonden zoutpotje van gras en lindenbast, die was vrijwel waterdicht
Berkenbast is geweldig materiaal, maar onze Nederlandse bast is veel te dun. De bast voor deze tas komt uit Zweden. De draagband is van reeënleer gelooid met sparrenbast.
Ik vlecht graag met kornoelje. Na drogen is het bijna zo stevig als gedroogde en geweekte wilgenteen. Maar je kunt het alleen vers verwerken. Weken gaat niet.
Gevouwen mand van lindenschors. Genaaid met stroken binnenbast. Na drogen krimpt en vervormt hij wat, binnenbast is niet ideaal als naaimateriaal. Wortel of getwijnd touw is beter.
Tas van stroken lindenbast met het bijbehorende geïmproviseerde werktuig. Meer dan een scherf steen heb je niet nodig voor dit soort projecten.
Nog een vrij onbekend vlechtmateriaal: bosrank. Beschermd in Nederland, maar ik kreeg toestemming voor het uitvoeren van een paar experimenten.
Draagnet in wording van getwijnd lindenbastkoord. Er ging ongeveer 75 meter in. Dit lijkt erg op het net in de onderstaande foto, maar het koord en de knooptechniek zijn anders.
Dit visnet van lindenbast is gemaakt door ‘knotless netting’, een in ieder geval al mesolitische techniek. Heel effectief, maar lastig te repareren omdat het koord één doorlopend geheel is. Overigens zijn de vislijnen en de binding van de harpoen weer allemaal van boombast (linde en wilg). Een enorm veelzijdig materiaal.

Een berkenbastcontainer, vrij naar die van Ötzi. Genaaid met sparrenwortel.
Een cape van gras verbonden met lindenbastrestjes. De cape is vierkant, maar door hem dubbel te vouwen aan één kant krijg je deze ‘capouchon’. Hij houdt behoorlijk wat regen tegen en isoleert natuurlijk prima. De cape reikt tot op m’n bovenbenen, maar dat kun je op deze foto niet zien.

Een hele sterke natuurlijke vezel: brandnetelvezel. Deze vezels werden gewonnen in de winter nadat de stengels door weer en wind waren geroot. Het is veel werk de schone, witte vezels eruit te krijgen. Ik doe dit met de hand, zonder gereedschap. Maar er zijn andere manieren.

Hout

Ik heb te weinig foto’s gemaakt van de houten voorwerpen die ik door de jaren heen heb gemaakt…helaas. Dit is een plaatje van mijn werkplek. Het gaat om de schuur. Die is, op de golfplaten na, geheel gebouwd van hout uit mijn directe omgeving: gekantrechte eikenstammetjes uit het bos en wilgen van de knotwilgen in de uiterwaarden. Zo werk ik graag…. De bossen spul op de vlechtwanden is lindenbastvezel die ligt te drogen. Verder zie je manden in de maak, drogend hout voor bogen en nog veel meer zooi.
Leuk project met archeologen en studenten van de universiteit Leiden en Hans de Haas als bouwmeester: de bouw van een steentijdhuis met steentijdwerktuigen. Prof. Annelou van Gijn heeft dit tot in detail gedocumenteerd, dus hopelijk gaat dit veel informatie opleveren.
En nog een keer hetzelfde huis, maar nu gebouwd in Vlaardingen. Weer met de Universiteit Leiden en Leo Wolterbeek als bouwmeester.
Nog een huis gebouwd samen met Leo: een Caribisch huis in St. Vincent. Zo kom je nog eens ergens… In opdracht van de universiteit Leiden.
Toen ik lang geleden vrijwel dagelijks in Archeon werkte sliep ik meestal in zelfgebouwde hutjes achter het park. Dit was er één. Hij ziet er nogal piekerig uit omdat ik voor een deel riet gebruikte dat al op een andere hut gelegen had. Maar warm en waterdicht was ‘ie wel.

In 2005 heb ik met een aantal andere steentijdenthousiastelingen 4 weken geleefd ‘als in de midden steentijd’. Dus met vissen en verzamelen van voedsel. Dit zijn twee van de drie onderkomens een jaar na het project. Daarvoor, in 2001, had ik al deelgenomen aan een dergelijk project in Montana (V.S.) waar we ook mochten jagen en vissen. Zulke projecten zijn leuk om je vaardigheden en uitrusting te testen.
Tijdens hetzelfde leefproject gebruikten we een visweer met fuiken om snoek en voorn te vangen. Door met een groep mensen de vis te ‘drijven’ kon snel veel gevangen worden. Alleen was het water een beetje koud…
Een boomstamkano, net niet af nog, gemaakt met benen dissels en andere ‘mesolitische’ werktuigen. Een experiment met de Universiteit Leiden.
Deze corracle, gemaakt met doek in plaats van huid voor een keer, maakten Hans de Haas en ik voor het Eodrome in Zwolle. Er kon een heel gezin in varen.
Een leisterspeer, gemaakt voor de Universiteit van Chester.
En nog een tof visding: een aalsteker, bekend van de Ertebollecultuur in Noord-Duitsland.
Één van mijn favoriete werktuigen, een dissel met een kling van een everzwijnstand. Perfect voor het glad afdisselen van houten voorwerpen of het uithollen van kommen. Dit gladde afdisselen is belangrijk omdat het de volgende stap, het schaven met een vuurstenen schaaf, veel gemakkelijker maakt.
Een replica van een neolitische speerwerper die in Zwitserland is teruggevonden. Gebruikte gereedschappen: stenen dissel, benen beitel, bevertandguts en twee klingetjes. Afgewerkt met zandsteen.
it is eigenlijk niet echt hout, maar ja. Nooit teruggevonden, maar absoluut mogelijk qua steentijdtechniek: een rieten boot. Je hebt niet meer nodig dan een stevige stenen kling om zoiets te maken.

En nog een rieten boot…deze was niet groot genoeg, of het riet niet dik genoeg, om mij langere tijd te kunnen dragen. Wel weer een leuk experimentje.

Leer en huid

Deze muts is van zalmleer en buckskin gemaakt en genaaid met pees en darmgaren. Zalmleer is een prachtig materiaal: dun en supersterk.
Drie mooie zachte ‘buckskins’ na het roken. Op de achtergrond zie je nummer vier in de maak. De meest linker huid is een beetje te donker geworden op de hals…je moet ook geen twee dingen tegelijk willen doen…Voor buckskin gebruik ik huiden van edelherten en damherten.
Leer gelooid met sparrenbast en muskusrat gelooid met eikenbast, vetgelooide zalm en buckskin
Het verwijderen van de haren met een stenen schraper. Dit kan alleen als de huid goed droog is.
Mocassins, gemaakt met zelfgemaakte stenen werktuigen van leer dat gemaakt is met zelfgemaakte stenen werktuigen. ‘Sole ownership’ pur sang. Alweer… Dat is de magie van dit soort technieken: heerlijk om niets of niemand nodig te hebben.
Kano van twee aan elkaar genaaide koeienhuiden. Experimentje met Gary Nobles van de RUG.
Trommel van droge huid voor Rijksmuseum van Oudheden.
Bij leerlooien heb je altijd restjes huid over. Die kun je koken tot huidlijm. Op deze foto heb ik afgekoelde huidlijm in m’n handen, het is een soort gelatinepudding. Dit wordt in reepjes gesneden en op een koele plek gedroogd, anders wordt ‘t een zootje…

En dan heb je dit: droge stukjes lijm. Als je ‘t wilt gebruiken zet je het met een beetje water op de kolen van je vuurtje en kun je aan de slag. Nadeel van deze lijm is dat het niet tegen water kan, dan lost ‘t op

Bogen en pijlen

Er zijn verschillende manieren om veren aan de pijl te zetten. Meestal zie je drie halve veren op een pijl zoals hier op de foto. Die kun je maken door een veer te splitsen (zoals hier) of te ‘strippen’. Daarna kan hij op de schacht worden gelijmd met berkenpek of houtlijm of, zoals op de foto, vastgebonden met brandnetelvezel of pees.
Je kunt ook veren van kleinere vogels gebruiken, zoals duiven, meeuwen etc. In dat geval zet je meerdere hele veren op de schacht. Op de foto zie je drie bijgesneden duivenveren met de top vastgezet op de schacht. Als de pees droog is worden ze naar links omgevouwen en ook daar met pees vastgemaakt. Omwikkelen of lijmen is niet nodig.

Boogpezen van drie dierlijke materialen: huid (linksboven), darm (linksonder) en pees. Huid is mijn favoriete materiaal: het is wel wat zwaarder dan de andere twee maar onverwoestbaar en minder gevoelig voor vocht.
De oudste pijlen in Europa bestonden uit twee delen. Lastig om die verbinding zo mooi te krijgen als op het origineel…
Klein beetje trots op: ik heb een truc bedacht om met stenen werktuigen een jachtboog in één dag te kunnen maken van vers hout. Dit is o.a. gebruikt in een episode van ‘the great human race’van National Geographic. De tiller van deze boog is beter dan hij lijkt op deze foto.
Pijlen maken kan ook snel van vers hout naar gedroogd eindproduct. Drogen in de as of boven de kolen van het vuur.

En een boog in actie. Dit is een schietexperimentje voor de faculteit Archeologie van de Universiteit Leiden. We schoten pijlen op een dood zwijn om te zien hoe de pijlpunten zouden beschadigen. De boog is een replica van een mesolitische boog die bij Hardinxveld-Giessendam is opgegraven…


Overig

Het is lastig foto’s te krijgen van demonstraties en reenactment, maar dit is er één: de officiële opening van de Open Monumentendag in Ede. Ik draaide een kooltje met de handboor en de wethouder blaast het aan tot vuur.
Een deelnemer aan de workshop sieraden maken boort een gat in een barnstenen kraal met een zelfgemaakte vuurstenen boor.
Bij een demonstratie over voedselbereiding in de steentijd hoort natuurlijk ook het conserveren. In dit geval door het drogen van vlees. Dergelijk eten kennen we onder de naam ‘biltong’ in Afrika en ‘jerky’ in Noord-Amerika.
Mmmm… zalm boven het vuur.
Of een haas in een kuilvuur.
Heel belangrijk en raadselachtig spul: berkenpek. De productie ervan kan op diverse manieren. In dit geval gaat de berkenbast in het potje, deksel erop en in de gloeiende kolen. Na 20 min. is de pek klaar. Maar lastig, want je moet tussen de 340 en 370 graden blijven! En hoe deden ze dat toch voordat aardewerk gebruikt werd? Roel Meier en ik hebben twee mogelijkheden bedacht, zie SPT-bulletin herfst 2010 (nr. 40).
Licht moet er ook zijn: in dit geval een vetlampje van een mosselschelp met hertenvet en een lont van zaadpluis van de lisdodde…
Vuur dragen in een zogenaamde ‘lont’: pluizig materiaal en luchttoevoer beperken. In dit geval populierbast omwikkeld met kersenbast.
Een fakkel van riet, bijna uitgebrand. Luchttoevoer is weer belangrijk.
Nog een fakkel, deze keer van berkenbast.